Category Archives: Ondernemers

01dec/16
administratie aftrek kosten scholing

Aftrek scholingskosten blijft voorlopig bestaan

administratie aftrek kosten scholingDe opmerkingen vanuit de Tweede Kamer en de reacties uit het veld zijn voor het Kabinet aanleiding de Kamer te verzoeken de behandeling van het wetsvoorstel Fiscale maatregelen Rijksmonumenten en scholing aan te houden. Dit schrijft minister Bussemaker (OCW) in een brief aan de Tweede Kamer.

Dit betekent feitelijk dat de mogelijkheid van fiscale aftrek voor het onderhoud van monumentenpanden in 2017 blijft bestaan. Voor de scholingsuitgaven zal de Kamer nog een brief ontvangen waarin de voucherregeling zodanig is uitgewerkt dat besluitvorming mogelijk is om per 2018 de fiscale aftrek scholingsuitgaven af te schaffen.

Bussemaker laat weten dat zij de komende periode gebruikt om verder te werken aan de nieuwe subsidieregelingen ter vervanging van beide fiscale aftrekregelingen. In het vervolg van de brief gaat de bewindsvrouw in op de toezeggingen nadere informatie te sturen over de fiscale aftrek voor het onderhoud aan monumentenpanden en de aftrek scholingsuitgaven.

Minister Dijsselbloem (Financiën) heeft de Tweede Kamer een nadere toelichting gestuurd op de budgettaire inpassing van de voucherregeling voor werkenden die de aftrek scholingsuitgaven per 2018 gaat vervangen (zie bijlage).

administratie kantoor thuis aftrek

Kosten werkruimte in huurhuis toch niet aftrekbaar

administratie kantoor thuis aftrekStaatssecretaris Wiebes van Financiën komt binnenkort met een nota van wijziging waarin is opgenomen dat zzp’ers hun huur niet meer mogen aftrekken als zij 10% van de huurwoning als werkruimte gebruiken. Hiermee wordt het oordeel van de Hoge Raad aan de kant geschoven.

In augustus van dit jaar gaf de Hoge raad aan dat ondernemers voor de inkomstenbelasting de door hen betaalde huur mochten aftrekken als zij 10% van hun huurwoning gebruikten als werkruimte. De staatssecretaris heeft nu een einde gemaakt aan deze regeling omdat hij, door alle aandacht die het arrest heeft getrokken, verwacht dat het de schatkist te veel gaat kosten.

Daarnaast ontstond er door het arrest een ongelijkheid tussen de behandeling van een onzelfstandige werkruimte bij ondernemers met een huurhuis en met een koophuis. Deze ongelijkheid is door de nota van wijziging nu weer rechtgetrokken. Kosten voor een zelfstandige werkruimte in zowel een koophuis als een huurhuis blijven gewoon aftrekbaar.

administratie auto bijtelling

Auto vanaf 2017

administratie auto bijtelling Bijtelling privégebruik auto
De autobelastingen wijzigen volgend jaar op een aantal punten. Het kabinet heeft die aanpassingen al eerder bekend gemaakt, bij de Autobrief II. Per 1 januari 2017 zijn er nog drie percentages voor de bijtelling privégebruik auto: 4% voor elektrische auto’s (nul-emissie auto’s), 22% voor andere auto’s tot en met 14 jaar oud, en 35% voor auto’s van 15 jaar en ouder.Voor de elektrische auto’s geldt vanaf 2019 het standaardtarief van 22% ook voor de cataloguswaarde boven de € 50.000 (deTesla-tax).

Bij aanschaf van een hybride auto nog dit jaar geldt een bijtelling van 15% of 21% (bij een CO2-uitstoot tot 50 gram of van 50 tot 106 gram per kilometer). Die lagere bijtelling kan worden benut gedurende de overgangsperiode van vijf jaar. Bij aanschaf in 2016 van een auto met een CO2-uitstoot van meer dan 106 gram per kilometer geldt de 25% bijtelling; per 2017 gaat die omlaag naar 22%. Deze beperking van de lagere bijtelling tot nieuwe auto’s zal binnenkort in een proefprocedure worden bestreden.

Motorrijtuigenbelasting
De MRB-tarieven gaan per 1 januari 2017 met 2% omlaag. Elektrische auto zijn nog tot en met 2020 vrijgesteld van MRB, plug-in hybrids houden tot 2020 recht op het halftarief. De kilocorrectie voor plug-in hybrids (een gewichtsreductie van 125 kilogram) vervalt per 1-1-2017.

BPM
Het basisbedrag van de Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen gaat per 2017 omhoog van € 175 naar € 350. Elektrische auto’s blijven BPM-vrij tot en met 2020, voor plug-in hybrids komt een aparte BPM-tabel. De BPM wordt vanaf 2017 afgebouwd; de tarieven gaan daardoor wat omlaag.

Werkzaamheden sporadisch, geen ondernemersschap

Een adviseur die slechts gedurende twee jaren in het Handelsregister was ingeschreven, een beperkt aantal klanten had en slechts sporadisch werkzaamheden verrichtte, kon volgens Hof Arnhem-Leeuwarden niet worden aangemerkt als ondernemer.

Een belastingplichtige die na een langdurige verblijf in het buitenland in 2009 in Nederland terugkeert start diverse adviesactiviteiten op waarbij hij zich op basis van ‘no cure, no pay’ laat betalen. In 2009 en 2010 verricht hij zo werkzaamheden voor twee stichtingen. De opbrengsten zijn belast als resultaat uit overige werkzaamheden. Met ingang van 1 januari 2011 heeft hij  zich als financieel adviesbureau laten inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Hij ontvangt een lening in dat jaar waarbij duurzaam ondernemerschap een van de voorwaarden is en plaatst een advertentie in een lokaal dagblad. In 2011 vertegenwoordigt hij dertien beleggers in een beleggingsfraudezaak en verricht hij financieel-economische dienstverlening ten behoeve van een klant. In 2012 verricht hij financieringsinspanningen ten behoeve van de Duitse investeringsgroep. In 2011 en 2012 heeft hij zich ook bezig gehouden met andere projectmatige activiteiten maar hij heeft daarmee geen omzet behaald en is dienaangaande geen schriftelijke overeenkomsten met derden aangegaan. Vanaf 2013 behaalt hij geen resultaten meer uit zijn activiteiten. Met ingang van 31 december 2012 heeft hij zich ook uit het Handelsregister uitgeschreven.
Met de inspecteur is in geschil of zijn inkomsten in 2011 en 2012 moeten worden aangemerkt als winst uit onderneming en of hij recht heeft op de zelfstandigen- en startersaftrek en de MKB-winstvrijstelling. De inspecteur bestrijdt dat er sprake is van ondernemerschap.
Volgens het hof moet bij de beoordeling of sprake is van een onderneming onder meer gelet worden op de volgende factoren:

  1. de duurzaamheid en de omvang van de werkzaamheden;
  2. de grootte van de brutobaten;
  3. de winstverwachting;
  4. het lopen van (ondernemers)risico;
  5. de beschikbare tijd;
  6. de bekendheid die naar buiten aan de werkzaamheid wordt gegeven;
  7. het aantal opdrachtgevers;
  8. het spraakgebruik.

Het hof overweegt dat op de belanghebbende, bij gemotiveerde betwisting door de inspecteur, de last rust om het ondernemerschap aannemelijk te maken. Volgens het hof slaagt hij daarin niet. Met name ten aanzien van de factoren duurzaamheid, winstverwachting, bekendheid naar buiten en aantal opdrachtgevers komt het hof tot het oordeel dat van ondernemerschap geen sprake is. Bovendien heeft de man de bedoelde activiteiten slechts gedurende twee jaren uitgeoefend, heeft hij slechts gedurende deze twee jaren in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven gestaan en is niet gebleken van investeringen van enige omvang.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 4-10-2016, 15/01373 t/m 15/01376 (ECLI:NL:GHARL:2016:7885)

20okt/16

Gastouder is geen ondernemer

Gastouders die na bemiddeling door een gastouderbureau kinderen opvangen, kunnen door de vereisten in de Wet Kwo volgens Hof Arnhem-Leeuwarden niet worden aangemerkt als ondernemer. De gastouder bezit te weinig zelfstandigheid om als ondernemer te kunnen worden aangemerkt.

Een gastouder heeft in 2007 bemiddelingsovereenkomsten gesloten met twee gastouderbemiddelingsbureaus. In deze overeenkomsten is opgenomen dat de gastouder onder eigen verantwoordelijkheid kinderopvang biedt en uitvoert. De bemiddelingsbureaus bemiddelen tussen de gastouder en de ouders (die bij hun staan ingeschreven) en begeleiden het tot stand brengen van de kinderopvang. Tussen de stichting en het gastouderbureau bestaat geen arbeidsverhouding, alleen een zuivere bemiddelingsverhouding.

Met ingang van het jaar 2010 heeft de gastouder haar inkomsten in haar aangifte IB aangegeven als winst uit onderneming en gebruik gemaakt van de ondernemersfaciliteiten. In de jaren daarvoor werden de inkomsten opgegeven als resultaat uit overige werkzaamheden. De aangifte IB 2011 wordt door de inspecteur gecorrigeerd. Naar een daartegen ingesteld beroep wordt de gastouder door Rechtbank Noord-Nederland in het gelijk gesteld. De inspecteur gaat tegen deze uitspraak in beroep bij het hof.
Vaststaat dat de gastouder in 2011 1.849 uren als zodanig werkzaam is geweest. Vraag is echter of de werkzaamheden als winst uit onderneming kwalificeren. Er is sprake van een zelfstandig uitgeoefend beroep als de gastouder onder eigen naam, voor eigen verantwoordelijkheid en voor eigen risico heeft gehandeld. Volgens de Hoge Raad is van een zelfstandig uitgeoefend beroep sprake als de belastingplichtige bij zijn werkzaamheden voldoende zelfstandigheid bezit ten opzichte van de opdrachtgevers, niet slechts incidenteel opdrachten aanvaardt maar streeft naar continuïteit door het verkrijgen van verschillende opdrachten en ondernemersrisico loopt.

Op grond van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (hierna: Wet Kwo) worden strikte eisen gesteld aan bemiddelingsbureaus en, afgeleid daarvan, aan een gastouder. Zo wordt gereglementeerd aan welke vereisten bemiddelingsbureaus en gastouders moeten voldoen. De verplichtingen die uit de Kwo en de daarop gebaseerde regelgeving voortvloeien hebben invloed op de inhoud van de werkzaamheden en de wijze waarop deze door de gastouder moeten worden verricht. Bovendien wordt van het bemiddelingsbureau verwacht dat deze de naleving van de wet- en regelgeving door de gastouder nauwgezet controleert en handhaaft. Daarnaast bestaat slechts recht op kinderopvangtoeslag voor gastouderopvang als deze opvang plaatsvindt door tussenkomst van een geregistreerd bemiddelingsbureau. De gastouder heeft geen zelfstandig declaratierecht en zij heeft geen werkzaamheden verricht door tussenkomst van andere zorgaanbieders dan de bemiddelingsbureaus. Daarmee is de gastouder volgens het hof dusdanig afhankelijk van haar opdrachtgevers dat niet kan worden geoordeeld dat zij over de voor het ondernemerschap noodzakelijke zelfstandigheid beschikt.
Daarbij maakt het niet uit dat sprake is van continuïteit van werkzaamheden, dat er een (bescheiden) debiteurenrisico wordt gelopen, dat gastouder in beginsel haar uurtarief zelfstandig kan bepalen en dat er in zekere mate een inkomensrisico wordt gelopen dat direct is gerelateerd aan het aantal op te vangen kinderen. Van enig investeringsrisico is voorts niets gesteld of gebleken. Het risico dat de gastouder geen werkgarantie heeft en bij vakantie of ziekte niet wordt betaald is niet van dien aard dat om die reden toch tot ondernemerschap zou moeten worden geconcludeerd. De conclusie van het hof is dat de gastouder onvoldoende zelfstandigheid heeft ten opzichte van het bemiddelingsbureau. Vaststaat dat de gastouder alleen door tussenkomst van de bemiddelingsbureaus wordt ingeschakeld voor de kinderopvang. Daarbij ligt een directe relatie met de wettelijke vereisten van de kinderopvangtoeslag.

 

Spelregels BTW aangifte en betaling

Ik ben laatst weer geconfronteerd met een ondernemer die een boete van € 50.- moet betalen omdat hij een fout heeft gemaakt bij het overmaken van de verschuldigde omzetbelasting aan de belastingdienst. Dit naar aanleiding van zijn kwartaalaangifte. Het overgemaakte bedrag week met € 3.- negatief af van de aangifte !!

Heel in het kort wil ik hierbij daarom uiteenzetten wat de spelregels ook weer zijn bij de aangifte en betaling van de omzetbelasting.

De meeste ondernemers vallen onder de kwartaalaangifte. Dit betekent dat er 4 keer per jaar een aangifte omzetbelasting ingediend moet worden. Er bestaan ook jaar en maandaangiftes, maar daar moeten de omstandigheden naar zijn en kunnen we verder voor dit verhaal terzijde schuiven.

Bij kwartaalaangifte zijn de aangiftemaanden:

April voor het 1e kwartaal
Juli voor het 2e kwartaal
Oktober voor het 3e kwartaal
Januari nieuwe jaar voor het 4e kwartaal

Aangifte
De aangifte moet bij de belastingdienst binnen zijn in de aangiftemaanden van het betreffende kwartaal. Het niet of te laat indienen levert een boete op van € 65.- Er is een coulanceregeling waardoor er een uitloop mogelijk is van 7 kalenderdagen. Je krijgt dan wel de melding van verzuim, maar geen boete.

Betaling
De betaling op basis van de aangifte moet uiterlijk in de aangiftemaand binnen zijn bij de belastingdienst. Het niet, niet volledig of te laat betalen van de verschuldigde belasting betekent een boete van 3% van het verschuldigde bedrag of in ieder geval minimaal € 50.-. Dus op de laatste dag van de aangiftemaand alsnog snel het verschuldigde bedrag overmaken of een typefoutje kan een duur grapje zijn.

Ook voor de betaling is er een coulanceregeling van 7 kalenderdagen, maar deze coulance is afhankelijk of de vorige aangifte wel op tijd betaald is. Is dat het geval dan mag rekening worden gehouden met 7 kalenderdagen. Anders niet.

Je mag erop vertrouwen dat ik zorg draag dat de aangiftes omzetbelasting altijd op tijd worden ingediend. Dit houd ik namelijk in de gaten. Waar ik niet voor kan zorgen is de correcte betaling op basis van de aangifte. Direct na de aangifte krijg je van mij per mail de aangifte in PDF waarop de eventuele betaling verricht kan worden. Doe dit op tijd, correct en let ook goed op het betalingskenmerk. Er zijn leukere bestemmingen te bedenken met € 50.- !!

Met vriendelijke groet,

Ramon Leffers Bc